Pinda!!!

Vorige week. Een zonnige dag deze lente. Een park in een buitenwijk van de stad. Ik op de fiets. Drie jongens van een jaar of 14-15. Hangend. Lachend. Ze versperren het fietspad en maken geen haast om opzij te gaan. Als ik hen passeer stoot een van hen opeens vreemde geluiden uit. De andere twee schieten in de lach. Het duurt een volle seconde voor ik besef wat hij doet. Hij praat Chinees. Althans, doet een jammerlijke poging dat na te bootsen.

Een steek. Kort opspelende buikpijn. Flashbacks. Vijftien jaar geleden. Leeftijdgenoten die een steen naar mij gooien. “Pinda!” roepen. Een klasgenoot  uit de brugklas die zei dat mijn huidskleur leek op die van poep. Ongeloof. Waarom doen zij dit?

Vijf jaar later. Ik zit op de universiteit. Een vriendin stelt mij voor aan een wederzijdse studiegenoot. Ik noem mijn naam. “Waar kom je vandaan?” is het eerste wat zij vraagt. Ik twijfel. Wat bedoelt ze? Waar ik vanochtend was voor college, waar mijn ouderlijk huis staat of waar ik ben geboren? “Curaçao”, antwoord ik.

“Slik jij ook weleens bolletjes?”

Pardon?

Ik ben te verbouwereerd om iets te zeggen. Stilte.

Weer drie jaar later. Vriendin en ik arriveren op Schiphol na 2 weken Curaçao. Met jet lag in de rij voor de marechaussee. Dezelfde leeftijd, dezelfde woonplaats, hetzelfde paspoort.

Zij eerst. De douanier werpt een korte blik in haar paspoort. Zonder op te kijken geeft hij het terug. “Welkom thuis”. Dan ik. Hij kijkt eerst naar mijn paspoort en dan naar mij. “Wat kom je hier doen?”

Een jaar geleden. Ik sta te koken in het studentenhuis waar ik op dat moment woon. Enkele dagen ervoor waren de gemeenteraadsverkiezingen. De media staat bol van de ‘minder Marokkanen’ uitspraak van Wilders. Een huisgenoot zit met wat vrienden in dezelfde keuken te eten. De precieze toedracht kan ik me niet herinneren. Volgens mij vroeg iemand wat ik aan het koken was. Iets Antilliaans. En ik licht toe dat ik daar vandaan kom. Zonder op te kijken, omdat ik focus op de pan waarin ik sta te roeren. Daardoor zie ik niet wie er gekscherend ‘minder, minder, minder’ roept. De rest lacht.

Niet het eten in de pan, maar mijn bloed bereikt een kookpunt.

Stereotyperingen. Generalisering. Grappen die niet grappig zijn. Aan de orde van de dag in het Nederland waar racisme en discriminatie niet bestaan.